De waarde van dingen (leren in een game)

Met trots kan ik weer een game aankondigen die ik heb ontworpen: Planning – THE GAME. Afgelopen 2 jaar hebben we met een groep mensen gewerkt aan deze game waarin we proberen de waarde van objecten in de omgeving (natuur, gebouwen, kunsthistorische objecten, zakelijke dingen en bewoning) te leren aan VO leerlingen. Het is een mobile game en als gamedesigner heb ik geprobeerd om de obligate ‘zoektocht met een mobieltje’, wat je zo vaak in mobile ‘games’ tegenkomt, te vermijden en te vervangen door iets interessanters.


Hoe werkt het?

Ik ga hier niet alles uitleggen, dan kun je beter naar de site gaan, maar globaal gezien speel je een van de 5 belanghebbende groepen in de omgeving rond het kunstfort vijfhuizen: Boer, Natuur (ecologie), Cultuur, Zaken of bewoners.

Deze teams staan voor een bepaald belang in de omgeving: de natuur versus de snelweg of luchthaven, bewoners die er ook werken maar ook cultuur willen of boeren die vooral willen overleven. Soms zijn de belangen tegenstrijdig (ecologie versus Schiphol) soms vallen ze samen: bewoners die ook graag een cultureel aanbod willen of willen werken op de luchthaven.

De spelers moeten de omgeving leren kennen en de waarde leren inzien van de verschillende locaties. Dan volgt in een tweede ronde het echte spel: de strijd tussen de belangen! Hier kunnen de jongeren zelf het listige spel spelen dat Schiphol telkens weer speelt om het milieu aan zijn laars te lappen of  kunnen bewoners samen actievoeren met de eco- en cultuurteams. Maar lukt dat zonder steun van de boeren? De dingen die de spelers in de omgeving zagen, krijgen opeens een andere betekenis.

De Planning The game, Serious gaming voor het Voortgezet onderwijs . Meer informatie vindt u op http://www.deplanningthegame.nl. De Planning | The Game is een initiatief van het: Kunstfort bij Vijfhuizen, centrum voor actuele kunst | Fortwachter 1 |2141 EE | Vijfhuizen | 023-5589013

 

Gamescool voor NOPPES!

Als het inderdaad zo is, zoals sommigen beweren, dat de Euro en andere belangrijke valuta binnenkort niets meer waard zijn, dan is het fijn dat we terug kunnen vallen op lokale valuta. Zoals de NOPPES.

Hoe werken systemen als NOPPES (ook wel LETS genoemd): je schrijft je in. Iedere beginnende deelnemer krijgt 100 NOPPES die je mag gebruiken om diensten en goederen bij andere NOPPES leden te kopen. Zelf biedt je ook klusjes en/of spullen aan. Eigenlijk is NOPPES dus gewoon geld. Met het grote verschil dat er -behalve de 100 NOPPES aan het begin – geen geldcreatie plaatsvindt. Dus geen bank of overheid die de geldpers aanzet om schulden, oorlogen of bubbels mee te financieren.

Omdat ik die ruilvaluta (LETS) erg sympathiek vind en omdat LETS minder vatbaar zijn voor manipulaties door banken en overheid, heb ik besloten om deelname aan Gamescool mogelijk te maken voor NOPPES. Voor slechts 150 NOPPES kun je meedoen. Zoek op http://www.noppes.nl/npps/adzoek.php naar “gamescool” en je komt de advertentie vanzelf tegen.

Waarom minder noppes dan euro’s? …Omdat een NOP waardevaster is dan een Euro!

Een goede docent

Wie kan zich niet die ene goede docent herinneren die jou uitlegde hoe die wiskunde som toch best makkelijk op te lossen was. Of die leraar die je hielp met dat struikelblok (wat je al jaren dacht te hebben) zoals spelling, dingen onthouden, (nogmaals) wiskunde, die vreemde taal. En wie herinnert zich niet die slechte (eh…middelmatige) docent die jouw beetje talent volledig om zeep hielp. Zo had ik een leraar die week in-week uit elke les Duits een uur lang ubungstmeister ging doen. Een uur lang naamval-invul-oefeningen en dan klassikaal! U begrijpt: es komt nimmer mehr gut mit Deutsch und mich (mir?).

Toch zonde, want al was Duits niet ‘hip’ op de middelbare school, nu zou ik er veel geld mee kunnen verdienen bijvoorbeeld door mijn trainingen in Duitsland te kunnen geven. Ik heb geluk gehad, de hoeveelheid middelmatige leraren viel mee en ik had ook het geluk van hele goede leraren te hebben. Mensen die me tot op de dag van vandaag inspireerden. Vaak ook trouwens goede docenten muziek of martial arts of hele andere disciplines die je niet op een middelbare school of universiteit tegenkomt.

Onderzoekers hebben becijferd wat de waarde is van goede docenten voor de maatschappij. Dat is nogal wat: 400.000 dollar per jaar per goede docent. Tijd om de salarissen van docenten eens echt op te krikken. Veel goede mensen zijn de afgelopen 20 jaar uit het onderwijs vertrokken omdat ze elders meer verdienen (en dus meer status kregen). Stel dat we besluiten de salarissen van docenten te verdubbelen (dan wel gekoppeld aan  kwaliteitseisen, en dan niet van die onzinnige anglo-saxische kentallen, maar reële kwaliteitseisen aan een docent), dan is dat nog een FRACTIE van de opbrengsten. Veel meer dan wat -zeg een bankdirecteur – de maatschappij oplevert. Het is echt krankzinnig. Ik geef wel eens les op een HBO of Universiteit, maar voor mij geldt dat ik daar 1/3 tot 1/5 per uur betaald krijg in vergelijk met ander werk dat ik doe. Het blijft dus een leuke hobby, dat lesgeven en dat zou niet zo moeten zijn.

Zie ook: http://www.nrc.nl/nieuws/2010/12/22/goede-docent-is-jaarlijks-400-000-dollar-waard/

We weten steeds beter hoe het moet: serious games ontwerpen

Een paar weken geleden was ik bij een bijeenkomst georganiseerd door de KNAW over serious games. Een van de sprekers was David Shaffer, die vertelde over hun projecten en onderzoek naar wat ze zelf “Epistemische Games” noemen. In zijn betoog was een stuk dat ik opmerkelijk vond: Bij een game die gespeeld werd met jongeren van een jaar of 15 oud moesten de jongeren met elkaar een virtuele stad runnen. In die stad is een groot probleem, namelijk afval (klinkt net echt, niet?). Er is te veel afval en de stortplaats  is vol.

Voorafgaand aan het spel werd de kennis van de spelers gemeten door interviews. De gemiddelde speler zou iets roepen als:

“ze moeten maar een nieuw gat zoeken om het afval in te gooien”.

Ik word altijd een beetje mismoedig als mensen de woorden “ze moeten” gebruiken. Wie zijn die “ze” dan? Kennelijk had de speler voor het spelen een wat simplistisch idee over een complex probleem als afval. Maar (en dit vond ik briljant) na het spelen zei die speler (onvertaald):

Okay, well, first of all, they should have not closed down the recycling plant. They could have cut other stuff, or they could’ve raised taxes to increase revenue….I think they should keep a recycling plant because they should be helping to reduce the amount of waste…They could export the trash, but then that would cost a lot more money too, and they’re making budget cuts….I’d say fundraising…You could rent the fairgrounds, charge for parking, and they can get a certain percentage from the fair people.

Allereerst zou je kunnen zeggen dat de speelster (het was een zij in dit geval) een enorme stap heeft gemaakt in haar taalniveau. Misschien werkt zo’n game wel beter voor taalontwikkeling dan het eindeloos drillen van taaloefeningetjes gemaakt in een programma als Hot Potatoe (zie ook mijn post over leerstijlen). Mooi meegenomen, maar daar ging het niet om in deze game. Waar het wel om gaat is dat we zien dat de speelster na het spelen van de game in staat is om op een hoger niveau te denken over een complex probleem als het afval in de stad.  Ze heeft over technologie, over economie over belangen van mensen en mogelijke oplossingsrichtingen. Ik wil niet zeggen dat ze ‘het goede antwoord weet’ maar er is veel meer nuance en diepgang in haar denken ontstaan.


Afval in Napoli. Bron: http://www.nowpublic.com/napoli_has_a_rubbish_collection_problem_

Games voor Henk en Ingrid
Het ging er de makers van de game niet om om stadsplanners, burgemeesters of directeuren van afvalbedrijven op te leiden. Wel om jongeren een beter denkkader en kennisniveau over een complex stedelijk probleem te geven. Deze aanpak zou wel eens de manier kunnen zijn om complexe problemen (waar ‘de’ oplossing niet voor bestaat) te bespreken met kiezers of belangengroepen.

Ik ken wel wat problemen waar meer diepgang en nuance bij gewenst is in de discussie en aanpak:
de fileproblemen in Nederland
het opraken van aardolie en aardgas (nog 20 jaar maar te gaan in NL!)
wat te doen met de woningmarkt, scheefwonen en villatax
hoe het zit met inflatie, geldcreatie en onze economie (zie bv deze uitleg)
innovatie en de staat van ons onderwijs
klimaatverandering en biodiversiteit
vergrijzing en pensioenen
enzovoort

Voor wie meer wil lezen over epistemische games: http://epistemicgames.org/ en het boek van  David Shaffer.

How Computer Games Help Children Learn
How Computer Games Help

de ene ELO is de andere niet

Electronische leeromgevingen had je vroeger in 2 smaken. LMS en LCMS systemen. Learning Management Systems waren gebouwd om vooral de logistiek van de leerlingen te regelen (de rapportcijfers, roosters, lokalen, documenten over leerlingen, enzovoort), Learning Content Management systemen waren ontworpen om educatieve content (lesmateriaal) digitaal aan te bieden. In de loop van de tijd zijn de systemen naar elkaar toe gegroeid en spreekt men van ELO’s (electronische leeromgevingen). Alhoewel naar elkaar toegegroeid…afkomst verloochent niet.

ELO projecten: Moodle versus Magister versus Studieweb
Afgelopen jaar was ik betrokken bij een aantal ELO implementaties op middelbare scholen. Bij sommige scholen werkten we met Moodle en op andere scholen met systemen die oorspronkelijk gemaakt waren voor de schooladministratie en leerlingen-logistiek en nu uitgebreid zijn met content management. In dit geval was het Magister en Studieweb. Als je dan je digitale lessen gaat bouwen, merk je een groot verschil. In Moodle, dat ontworpen is  voor docenten om op vele manieren digitaal les te geven heb je een pallet van mogelijkheden. Van lesje-testje tot veel interactievere modules zoals het zelf opnemen van video’s met je webcam en het inspreken van je taal-uitspraak-oefeningen. En als je dan nog iets mist kun je je eigen mod (laten) bouwen.

SCORM is niet genoeg…
Bij de andere systemen liepen we vooral tegen beperkingen op. Je had de mogelijkheid om als docent je Word (of ander Office) document te uploaden (nou nou, wat een progressie in de digitale wereld!) of een Scorm file te bekijken. Scorm is aardig als standaard maar tsjonge wat beperkt! Door middel van diverse auteurstools kun je je eigen digitale lesje in Scorm maken…als het maar tekst + plaatje + meerkeuze vraagje is. Verder niets! Niets geen groepswerkmogelijheden, niets geen uploaden van eigen digitale content gemaakt door leerlingen noch portfolio’s bouwen of reageren op elkaars werk, geen groepsbrainstorm noch teksten inspreken of video’s opnemen, geen intelligente toetsing die verder gaat dan goed/fout. Scorm is leuk als je tekstje + plaatje + meerkeuzevraag digitaal wilt aanbieden. Vooral als je dat wilt doen op verschillende ELO’s (want ze ondersteunen allemaal Scorm), maar wil je iets interactievers of creatievers met je leerlingen doen, vergeet Scorm!

En dan merk je wel het verschil of je als school voor een systeem hebt gekozen dat oorspronkelijk als administratiesoftware is begonnen of voor software, zoals Moodle, die ontworpen is om digitale lessen mee te maken en geven. Kijk als voorbeeld eens naar een hoofdstuk uit het boek “Learning a second language with Moodle” . Wat een variëteit aan digitale werkvormen kun je creëren met Moodle. Nogmaals, dat kun je niet met SCORM en dus ook niet met ELO’s die hoofdzakelijk een Scormviewer aanbieden om je lessen in te vormgeven.

Keuze voor een elo
De keuze voor een elo moet daarom bij de docenten liggen, waarbij systeembeheer natuurlijk wel een stem mag hebben. Maar de belangrijkste vraag is: wat willen de docenten met de ELO gaan doen? Wat kunnen ze ermee?Daar wringt natuurlijk wel de schoen een beetje. Want als je de mogelijkheden van systemen niet kent, dan val je waarschijnlijk snel terug op het uploaden van lesjes in Word (of Scorm). Terwijl er zoveel meer mogelijk is, ook meer dan de voorbeelden die je hier ziet.

Ik kan alleen maar zeggen: ga op zoek naar materiaal en voorbeelden van goede digitale lessen. Als je taaldocent bent, kijk dan eens naar eerder genoemd boek. Ga na workshops, of naar Moodlebijeenkomsten. Doe een ICT cursus, lees interessante weblogs. Word een digitale lesbouwer! Je leerlingen verdienen het!